Van dumpen tot duurzaamheid

 

Inleiding


Jaarlijks gooit de Vlaming 525 kg afval weg. Meer dan een halve ton! Bij de oprichting van de OVAM in 1981 zat er slechts 250 kg afval in de vuilniszak. De industriële afvalberg neemt nog sneller toe: tussen 1992 en 2007 verdubbelt die van 17 miljoen naar 34 miljoen ton. Faalt het Vlaamse afvalbeleid? Toch niet: belangrijker dan hoeveel afval wordt geproduceerd, is de vraag hoe het wordt verwerkt. En op dat vlak is Vlaanderen, mede dankzij de OVAM een schoolvoorbeeld in de wereld.

Maar wat gebeurt er nu eigenlijk met ons afval? De OVAM gaat uit van het principe dat de afvalverwerking zo milieuvriendelijk mogelijk moet gebeuren. Ze baseert zich op de ‘Ladder van Lansink’. De Nederlandse politicus Ad Lansink rangschikte in 1979 vijf manieren van afvalbeheer volgens hun milieuvriendelijkheid: storten, verbranden, recycleren, hergebruiken en preventie. De OVAM bestijgt doorheen haar dertigjarige geschiedenis elk van deze treden. Maar eens boven aangekomen, kijkt de OVAM uit naar nieuwe, duurzame principes voor haar afvalbeleid. De Cradle to Cradle-gedachte brengt mooie toekomstmuziek.